REDACTIE| We zaten een tijdje te wachten op een nieuwe bijdrage van onze gewaardeerde columnist Jaap Knasterhuis jr. Hij putte zich in eerste instantie uit in smoesjes als een 'sabbatical' en dat het sluiten van de vele ramen in zijn geliefde Mokum hem toch niet in de 'kouwe kleren' was komen te zitten. "Die trut van een Halsema snapt niks van onze cultuur", verzuchtte hij meermaals over de telefoon. Uiteindelijk kwam hij dan echter toch over de brug. "Ben tot de conclusie gekomen dat die kolere scheidsrechters meegegaan zijn met de rest van de ontwikkeling in ons land. Of wat is eigenlijk het tegenovergestelde van ontwikkeling? We ontwikkelen ons namelijk terug de jaren'50 in, maar dan mét electronische apparatuur. Het is om te huilen, heb je pen en papier?". 

51 januari 2020, 

Persoonlijk heb ik niets met de veranderingen die de laatste decennia zijn opgetreden in Nederland. Waar wij in het verleden bekend stonden om onze tolerante en progressieve houding zijn we nu verworden tot een soort van regelneukend klotelandje. Toen ik jong was protesteerden we tegen de kernwapens, organiseerden als eersten het homohuwelijk, je kon jonko's smoken terwijl de wouten naast je stonden en als je zin had klopte je ergens tegen een raam waarna een heerlijke ongecompliceerde meid je van harte welkom heette in haar genotsdomein. Niet dat ik dit laatste nodig had, dat snappen jullie wel. Kom op, we hebben het hier over de grote Jaap Knasterhuis junior, zoon van de legendarische sidekick van de al even vermaarde Jacques Plafond. Mijn vader was al sidekick toen dit woord nog niet eens was uitgevonden. Samen met de elegante en stijlvolle Wilhelmina Kuttje (met dubbel t) plaveiden wij al in de jaren'80 de weg voor al die schijtlollige dj's die tegenwoordig de ether vervuilen. Luister een kwartiertje naar Rob van Someren en je bidt op je blote knietjes richting onze man in de wolken dat hij maar alsjeblieft heel snel een kutnummer van Marco Borsato opzet. En dat zegt wat. Deze schijnheilige gutmensch, waar ons landje vol mee zit tegenwoordig, ging overigens blijkbaar vreemd bij het leven. Dat mensen hier verbaasd over zijn is wat mij betreft overigens opmerkelijker dan het feit dat hij dit daadwerkelijk deed. 

Tegenwoordig mag je niets meer hier, alles is van tevoren geregeld. Zelfs een bezoekje aan de 'dames' op de Oudezijds Voorburgwal moet je hedentendage in drievoud aanvragen bij Femke. Als je met Oranje mee zou willen naar een uitwedstrijd dan moet je niet raar op staan kijken dat je badminton spelende buurvrouw ook van de partij is met een wortel op haar hoofd terwijl je verplicht wordt om te gaan 'feesten' in de speciaal ingerichte fanzone. Onder het genot van kwalitatief hoogstaande muziek als Wolter Kroes en Snollebollekes mag je dan in de polonaise achter Ome Henk aanlopen. Dezelfde Ome Henk die ook alweer voor het tiende jaar achter elkaar de kaartjes voor de Vrienden van Amstel, De Toppers en Guusje Meeuwis thuis in de kast heeft liggen. Welke goedkope dreun er ook uit die slecht afgestelde speakers schalt: het maakt geen ene flikker uit als we maar met ons oh zo gezellig groepje de polonaise kunnen lopen. 

Helaas zie je dat ook terug in het voetbal, zeker ook op de tribunes. Maar erger nog: bij de arbitrage. Waar je in mijn tijd nog persoonlijkheden in een te kort broekje zag rondlopen zijn het nu allemaal knaapjes die alleen maar volgens de regels werken. Daar word je mesjogge van. Een Fransje Derks floot vroeger misschien drie keer per negentig minuten maar zelden was er reden voor discussie. Ja, je kon je afvragen of het wel verstandig was om als man van zestig een broekje aan te doen waar een gemiddelde grietje van 14 nog niet in past maar qua leiding was er geen enkel probleem. Tegenwoordig zijn het gastjes van 22 jaar oud die al in de top van het amateurvoetbal mogen fluiten, gadeslagen door Dokter Generaal Regelneuker op de tribune, in de volksmond ook wel rapporteur genoemd. Komen ze dan toch bij de profs dan zegt dat eigenlijk al genoeg: een beetje personality zou er bij de KNVB niet doorheen komen want als je in de geest van de wedstrijd fluit krijg je regelmatig een onvoldoende van DGR. 

Nu de VAR is ingevoerd is de ellende helemaal niet meer te overzien. Nu moet een scheidsrechter voor het oog van de hele natie op een schermpje staan kijken of het wel of niet een strafschop was. In sommige stadions kan de kijker thuis zelfs over de schouder meegluren. Nu toon ik weinig empathie met scheidsrechters, zoals hierboven wel duidelijk geworden, maar dit is toch wel echt meelijwekkend en een complete mindfuck. En wat krijg je dan? Hele rare beslissingen dus.

Nu waardeer ik op zich Basje Nijhuis, de semi-relaxte banketbakker uit Haaksbergen, vanwege het feit dat hij dus wél lak heeft aan de arbitrage gestapo van de KNVB maar hij is teveel in zichzelf gaan geloven. Een Fransje Derks stond ook graag in de belangstelling maar dan wel vanwege zijn te strakke hotpants of kekke nieuwe sjaal. Over zijn leiding moest iedereen het maar liever niet hebben. Maar goed, Basje is Basje en dat is beter dan al die meelopende kostschoolgangers die uitgebraakt worden uit de Zeister Arbitrage Fabriek. Ik zat te denken, iets om die figuren toch wat te helpen: als ze nu iedereen die een aantoonbare schwalbe maakte, op basis van televisiebeelden, nu eens vier wedstrijden schorsen: zou dat het werk van die mannetjes in het zwart niet een stuk makkelijker maken?

Goed, ik zet weer even een cd op en ga op de bank een saffie roken. De mazzel.

Gegroet, 

J. Knasterhuis jr.