woensdag 05 augustus 2020
7 minuten leestijd (1372 woorden)
Aanbevolen 

TMV OP ZOEK NAAR DE ZIEL, DEEL 14: Club Brugge en de onoverwinnelijkheid van Sint Andries

putje3

REDACTIE| Tismarvoetbal gaat steeds maar weer op zoek naar 'de ziel' van het voetbal. Vandaag gaan onze gedachten terug naar 13 augustus 2003 toen we een bezoek brachten aan Club Brugge, de blauw-zwarten namen het op die dag op tegen het destijds erg kapitaalkrachtige Borussia Dortmund. Dit in het kader om plaatsing voor de Champions League af te dwingen. Het werd een gedenkwaardige dag.

Door: Willy Rooyakkers

Club Brugge, in Vlaanderen meestal gewoon 'Club' genoemd, is altijd al een mooie club geweest. De shirts doen daarbij denken aan Internazionale maar hebben toch ook weer net dat noeste vleugje van het ongecompliceerde vlakke West Vlaamse land. Het is dat gedeelte van Vlaanderen dat meer Vlaams is dan de meest bevooroordeeld denkende Nederlander zelfs nog maar kan bevroeden. De taal is bijkans onverstaanbaar, de mensen zijn er ruw, loyaal, authentiek maar toch ook zacht en lief. De tijd lijkt er zijn stilgestaan maar wie goed kijkt ziet ook innovatie, veel oud geld en intelligente architectuur. Ook werd er gevochten in de eerste wereldoorlog. En hoe! Ga naar Ieper en leer alles over de loopgravenoorlog, kijk je ogen uit in het plaatselijke museum en bezoek de dagelijkse Last Post: een indrukwekkend ceremonieel eerbetoon aan de gevallenen gedurende deze verschrikkelijke vier jaren aan het begin van de vorige eeuw, dagelijks nog door honderden mensen uit binnen- en buitenland bijgewoond. Met 'dagelijks' bedoelen we letterlijk iedere dag en dat al vele tientallen jaren lang. Een onbeschrijflijk mooie traditie dus.

Club Brugge is natuurlijk ook de club van de stad Brugge. Dus men heeft een mooie mix voorhanden: de uitstraling van een topclub uit een prachtige stad, of moeten we zeggen openluchtmuseum, maar ook de aantrekkingskracht op het gewone volk. Niet alleen in de woeste West-Vlaanders, ook in de rest van het land is Club zeer populair geworden sinds men in de jaren'70 uitgroeide tot een nationale topclub. Het is de tegenpool van het hoofdstedelijke Anderlecht, de van oudsher grootste club van het land maar ook een vereniging met de uitstraling van de bij veel 'Vlaanders' zo gehate Frans-Brusselse bourgeoisie. 

Kroegen

Wie naar de kust van Vlaanderen gaat moet zeker ook even het centrum van Brugge bezoeken. Het is er prachtig namelijk. Het is zoals gezegd een openluchtmuseum, middeleeuws. De kronkelende straatjes, geplaveid met ruwe kasseien, omringd door eeuwenoude bouwwerken, afgewisseld met pittoreske doorkijkjes en rustieke watertjes worden soms lelijk gedecoreerd met ontelbare terrasjes en ontsierd door geparkeerde touringcars vol toeristen uit heel de wereld. Wie iets meer 'stad' wil kan kiezen voor het nabijgelegen Gent dat een zelfde karakter heeft maar wat groter van omvang is. Doorrijdend naar de kust valt De Haan aan te bevelen, op een steenworp van Brugge. Het is een a-typische belgische badplaats zonder hoogbouw en veel Angelsaksische huizen. Erg mooi. Maar goed: we kwamen eigenlijk voor het voetballen. Wat als je als twee vrienden niets te doen hebt in de zomervakantie en je hebt zin om nog even in België een paar pinten te drinken? En je wilt ook graag een potje voetbal zien? En je ziet dat Club Brugge het in eigen stadion opneemt tegen Borussia Dortmund? Ok, dan pak je de auto.

Sint-Andries

Borussia Dortmund beschikte destijds over een geweldige selectie. Spelers als Jan Koller, Stefan Reuter, Tomas Rosicky en Flavio Conceicao bepaalden het ritme van de ploeg welke destijds onder leiding van de zeer jonge trainer Matthias Sammer (36) stond. Club Brugge had de gloriejaren eigenlijk al weer lang achter zich liggen. Na de, door financiële problemen, noodgedwongen verhuizing van "De Klokke" naar het gemeentelijke Olympia Stadion was de club begonnen aan een grote nationale, en zelfs internationale, opmars. Overigens ging ook de kleinere club van Brugge, Cercle, in het nieuwe stadion spelen. Club verkocht De Klokke later voor 2.5 miljoen euro aan een projectontwikkelaar. Hoe dan ook: Club werd een topclub in België, haalde twee keer de finale van een Europa Cup-toernooi, en sprak vele landgenoten tot de verbeelding. De supportersschare werd almaar groter en groter. In 2003 was men echter geen topclub meer in Europa, de poen had toen al overal de macht overgenomen, maar nog steeds een team met uitstraling. Er speelden geen clubiconen meer als Jan 'Caje' Ceulemans of Raoul Lambert maar toch...Club was nog steeds Club en dat zal altijd zo blijven. We arriveerden rond een uur of vier in het ‘kwartier’ rondom het stadion en waren verbaasd over de bedrijvigheid die er toen al heerste. Het was immers gewoon doordeweeks. Het stadion ligt in Sint-Andries, een wijk vrij dicht bij de snelweg E40, ongeveer op vijf minuten van het centrum. Het ligt aan een provinciale toegangsweg die, als je nog even gas geeft, eveneens toegang geeft aan het strand bij De Haan. De café's aan de Gistelse Steenweg zaten stampvol, de blauw-zwarte vlaggen nog opgeknoopt rond het middel. We togen naar 't Putje, de meest vermaarde uitspanning. De plek waar het tonen van paars-wit gelijk staat aan hoogverraad en de pinten Cristal Alken in hoog tempo door de kelen gaan. 

Gemoedelijk

Het was er gezellig, heet (het was die dag 30 graden) en gemoedelijk. Een typische, ondefinieerbare, sound die alleen in West Vlaanderen voorkomt. Een kruising tussen Hof van Commerce, Zesde Metaal en Lemon: plaatselijk en ruw maar toch ook internationaal en melodieus.  Ze hoorden dat we uit 'Olland' kwamen, normaal gezien niet iets om aldaar vol trots te bekennen maar toen wij opmerkten 'graag eens kennis te maken met het fantastische legioen van Club', volgde de acceptatie onmiddellijk. Okay, het feit dat we als zuinig bekend staande Nederlanders een twintigtal pinten op de bar zetten hielp zeker ook. Op een gegeven moment zwalkten we toch maar richting stadion, het Jan Breydel om precies te zijn. In de volksmond overigens nog altijd het Olympia Stadion genoemd. Die naam bedacht het stadsbestuur van Brugge toen net de Olympische Spelen van München (1972) achter de rug waren. De naam Jan Breydel, een 14-eeuwse verzetsstrijder uit Brugge, werd pas in 1998 toegevoegd toen men het bouwwerk oppimpte richting het naderende EK van 2000. We liepen door Sint-Andries, een echte volksbuurt. We hadden al diverse keren die middag uit onverstaanbare monden gehoord dat Sint-Andries Club iets onoverwinnelijks had gegeven in al die jaren. Dat wilden we in het stadion dan zelf weleens meemaken. Eerst vergaapten we ons nog even aan de vele, typisch Vlaams met gipsmuren afgezette, bijvelden rondom het stadion. De jeugd was hier bezig, de opleiding van Brugge staat als vanouds goed bekend. Eenmaal binnen de muren van het hoofdveld zochten we een plek tegenover de eretribune, een beetje rechts van het midden, vlakbij de harde kern achter het doel. Bij de thuisploeg kenden we een speler als Gert Verheijen wel van naam en ook de Noorse trainer Trond Sollied had een bepaalde bekendheid opgebouwd. Onze aandacht ging echter vooral uit naar doelman Danny Verlinden. Niet omdat Verlinden een kruising was tussen grootheden als Christian Piot en Michel Preud'homme maar vooral om het feit dat wij een amateurkeeper kenden die altijd speciaal vanuit Veghel naar Brugge reed om daar precies hetzelfde Adidas-broekje, en witte sokken, als de keeper van Club op de kop te tikken. Evenals Verlinden was deze onbekende doelman klein van stuk en licht kalend. We moesten erom lachen. Ook nu weer. 

Sfeer

Toen de wedstrijd begon schrokken we in positieve zin van de sfeer in het stadion. De fans van Brugge zorgden voor een ongelooflijke ambiance en de eigen helden zetten de verbaasde Duitsers vooral in de eerste helft met de bekende rug tegen de muur. Een goal leek maar niet te willen vallen maar toen de kruitdampen waren opgetrokken bleek het halverwege toch 2-0 voor de gastheren te staan. De technisch begaafde Hongaar Nastja Ceh, een soort linksbenige Lajos Detari, liet zijn klasse zien en maakte 1-0 waarna clubicoon Verheijen, de onwettige zoon van Caje, op slag van rust Olympia liet kolken door de 2-0 op het bord te toveren. Na de pauze kwam Dortmund terug, al snel werd het 2-1. Club hield stand maar leek alsnog voer voor de gele zwijnen, de return in Dortmund moest immers nog volgen. We konden een glimlach niet onderdrukken toen we later hoorden dat Club de gelbe wand in Dortmund had weten te weerstaan en na het nemen van strafschoppen als overwinnaar uit het Ruhrgebied had weten te vertrekken. Club Brugge en Sint-Andries: in al zijn simpelheid een mooi stukje ziel in de top van het internationale voetbal. 



Toine Ketelaars over de opleiding van Gemert: "We ...
Voetballen in de vissers- en bloembollendorpen

Related Posts

 

Reacties

Er zijn nog geen reacties gegeven. Wees de eerste die een reactie geeft
Gast
woensdag 05 augustus 2020

Captcha afbeelding

By accepting you will be accessing a service provided by a third-party external to https://tismarvoetbal.nl/

Hollandse Velden Banner

Colofon

Tismarvoetbal is een uitgave van Janus Media / SwipeSport

Redactie: Willy Rooyakkers (eindredactie), Kees van der Zandt

Medewerkers: Paul Brugmans (PFF), Gert-jan Kuipers (PFF)